Een verhaal om over na te denken (van A.F. Troost uit ‘Sta even stil’) Een verhaal om over na te denken (van A.F. Troost uit ‘Sta even stil’)
Stel je voor: je kunt geen kant meer op. Je hebt God en de mensen vaarwel gezegd. Je hebt gedacht: ze bekijken het maar. Je hebt gedacht: ik red mijzelf wel. Maar nu heb je het bekeken. Je hebt ontdekt dat je jezelf niet redden kunt. Waar moet je dan heen? Naar het leger!
‘Mijnheer, kunt u mij ook zeggen waar hier ergens een filiaal van het Leger des Heils zit?’ ‘Jawel, beste man, dan moet je naar de Oude Binnenweg en daar is ergens een doodlopende zijstraat. Daar zit het Leger!’
En daar ga je dan. Nota bene: naar een doodlopende straat. Als je compleet bent doodgelopen, dan is daar God dank geen blinde muur, maar een leger van hemelse helpers, een kring van broeders en zusters. Zo is dat bij God: wie doodloopt, valt niet te pletter, maar wordt door helende handen opgevangen. Heil de mens die capituleert en zich overgeeft aan Hem.
En daar gaat dan onze verloren vriend, op pak naar de Oude Binnenweg. ‘Een doodlopende straat, zegt u?’ ‘Jazeker, ginds, ziet u wel? Dat is de Keerweerlaan!’ ‘De Keerweerlaan?’ ‘Jawel, mijnheer, dat is de Keerweerlaan! Mooie naam voor een doodlopende straat  waarin het Leger des Heils gevestigd is, vindt u niet …?’
De Keerweerlaan. Ik weet niet voor hoeveel mensen die een doodlopende weg bewandelden, het Leger des Heils aan de Keerweerlaan in Rotterdam tot een zegen is geweest, maar er zullen er vast en zeker geweest zijn die daar de terugweg gevonden hebben. De terugweg naar God. En de terugweg naar hun naasten.
Iemand heeft eens gezegd: ‘Om bij de bron te komen, moet je tegen de stroom op zwemmen.’ En zo is het. Wie altijd met de massa meegaat, loopt grote kans op een dag meegezogen en weggespoeld te worden, als een zoetwatervis die zich laat wegdrijven en langzaam maar zeker in brede maar sterk vervuilde rivieren meegesleurd wordt in de richting van bitter zeewater. Wie fris wil blijven, moet altijd weer terug naar de bron. En wie terug naar de bron wil, moet tegen de stroom op zwemmen.
Dat valt niet mee. Dat kost een berg energie. Dat vraagt zelfbeheersing. Je moet nee zeggen. Nee tegen de leugen. Nee tegen de drank. Nee tegen de drugs. Nee tegen zoveel dat ons leven kapotmaakt, alle mooie beloften ten spijt. Soms moet je kiezen: of bij de pakken gaan neerzitten of aan het eind van een doodlopende weg terugkeren. De Keerweerlaan door, terug naar de bron. In de bijbel heet dat hele proces van omkeer ‘bekering’. Dat is een oud, maar heel mooi woord. Wat een zegen om aan het eind van een doodlopende weg tot bekering te komen! Daar wordt niemand slechter van. Integendeel, daar wordt de wereld mooier door! Ik zou het ieder die is doodgelopen, willen aanraden: keer wéér, mijnheer. Keer om, mevrouw! Zwem maar tegen de stroom op en je zult de bron van het leven vinden!
 
terug