zo 19 jul 2020  om 10:00 uur
Voorganger: ds. I.A. Padmos uit De Kaag
Morgendienst



Verwelkoming door de ouderling van dienst

Openingslied: Lied 275: 1, 2, 3  (Heer onze Heer, hoe zijt Gij aanwezig)   (1:26 min)
https://youtu.be/b8ZCIuVUYBw

Moment van stilte

Bemoediging en groet

Moment voor de kinderen en lied: ‘Doe als een vriend’- Elise Mannah (2:11 min)
https://youtu.be/zOiqRmWzHGU

Gebed om ontferming

Gloria: Lied 150a  (Geprezen zij God)           (2:51 min)
https://youtu.be/nK5SNU6RANQ


 
Gebed bij de opening van de Schrift

1e Lezing: Ruth 1:6-22

6Toen Noömi hoorde, daar in Moab, dat de HEER zich het lot van zijn volk had aangetrokken en dat het weer te eten had, maakte ze zich samen met haar twee schoondochters gereed om Moab te verlaten en terug te keren. 7Samen met hen verliet ze de plaats waar ze gewoond had. Maar toen ze eenmaal op de terugweg waren naar Juda, 8zei Noömi: ‘Gaan jullie nu maar allebei terug naar het huis van je moeder. Moge de HEER zo goed voor jullie zijn als jullie voor mij en mijn gestorven zonen zijn geweest. 9Moge hij ervoor zorgen dat jullie allebei geborgenheid vinden in het huis van een man,’ en ze kuste hen. Toen barstten zij in tranen uit 10en zeiden: ‘Maar we willen met u terugkeren naar uw volk!’ 11‘Ga terug, mijn dochters,’ zei Noömi, ‘waarom zouden jullie met mij meegaan? Kan ik soms nog zonen krijgen die jullie mannen kunnen worden? 12Ga toch terug, want ik ben te oud voor een man. Zelfs al zou ik nog hoop koesteren, zelfs al sliep ik vannacht nog met een man en al bracht ik nog zonen ter wereld – 13zouden jullie dan wachten tot ze groot zijn en je ervan laten weerhouden met een andere man te trouwen? Nee, mijn dochters, mijn lot is te bitter voor jullie; de HEER heeft zich tegen mij gekeerd.’ 14Opnieuw begonnen zij te huilen. Orpa kuste haar schoonmoeder vaarwel, maar Ruth week niet van haar zijde. 15‘Kijk, je schoonzuster gaat terug naar haar volk en haar god,’ zei Noömi, ‘ga haar toch 
achterna!’ 16Maar ​Ruth​ antwoordde: ‘Vraag me toch niet langer u te verlaten en terug te gaan, weg van u. Waar u gaat, zal ik gaan, waar u slaapt, zal ik slapen; uw volk is mijn volk en uw God is mijn God. 17Waar u sterft, zal ook ik sterven, en daar zal ik ​begraven​ worden. De HEER is mijn getuige: alleen de dood zal mij van u scheiden!’ 18Noömi zag dat ​Ruth​ vastbesloten was om met haar mee te gaan en drong niet langer aan. 19Zo gingen zij samen verder, tot in Betlehem.
Hun aankomst in Betlehem baarde veel opzien. Overal in de stad riepen de vrouwen: ‘Dat is toch Noömi?’ 20Maar ze zei tegen hen: ‘Noem me niet Noömi,- noem me Mara, - want de Ontzagwekkende heeft mijn lot zeer bitter gemaakt. 21Toen ik hier wegging had ik alles, maar de HEER heeft mij met lege handen laten terugkomen. Waarom mij nog Noömi noemen, nu de HEER zich tegen mij heeft gekeerd, nu de Ontzagwekkende me kwaad heeft gedaan?’ 22Zo kwamen ze samen terug uit ​Moab, Noömi en haar schoondochter ​Ruth, de ​Moabitische. Ze kwamen in Betlehem aan bij het begin van de gersteoogst.

We zingen Lied 221  (Zo vriendelijk en veilig als het licht) (2:43 min)
https://youtu.be/Ch8UYmJu0vI

 
Evangelielezing: Marcus 12: 28-34

28Een van de schriftgeleerden die naar hen geluisterd had terwijl ze discussieerden, en gemerkt had dat hij hun correct had geantwoord, kwam dichterbij en vroeg: ‘Wat is van alle geboden het belangrijkste gebod?’ 29Jezus antwoordde: ‘Het voornaamste is: “Luister, Israël! De Heer, onze God, is de enige Heer; 30heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht.” 31Het op een na belangrijkste is dit: “Heb uw naaste lief als uzelf.” Er zijn geen geboden belangrijker dan deze.’ 32De schriftgeleerde zei tegen hem: ‘Inderdaad, meester, wat u zegt is waar: hij alleen is God en er is geen andere god dan hij, 33en hem liefhebben met heel ons hart en met heel ons inzicht en met heel onze kracht, en onze naaste liefhebben als onszelf betekent veel meer dan alle brandoffers en andere offers.’ 34Jezus vond dat hij verstandig had geantwoord en zei tegen hem: ‘U bent niet ver van het koninkrijk van God.’ En niemand durfde hem nog een vraag te stellen.

Acclamatie: Lied 339a  (U komt de lof toe)  (0:42 min)
https://youtu.be/PI0b9eoF7_8

 
Overweging

Antwoordlied: Lied 655  (Zing voor de Heer een nieuw gezang)    (3:12 min)
https://youtu.be/u7AU4VoyQQ8

 
Gebeden

Mededelingen

Slotlied: Lied 425  (Vervuld van uw zegen)   (2:19 min)
https://youtu.be/hLYVJcP-b0c

 
Uitzending en zegen


 

terug