Tijd Tijd

Tijd
In het kerkelijk jaar leven we nu in de Veertigdagentijd, de tijd van inkeer en soberheid ter voorbereiding op het Paasfeest, het feest van de opstanding van Jezus Christus uit de dood.
Tijd, het lijkt zo concreet, objectief, meetbaar: zestig minuten in een uur, 24 uur in een etmaal.
Maar gevoelsmatig is het anders. Als we wachten op een ambulance, lijkt een kwartier heel lang. Als we niet kunnen slapen, voelt de nacht haast eindeloos lang. Als we veel werk te doen hebben, lijkt de tijd te vliegen. Een antwoord op de vraag: ‘Hoe gaat het met je?’ is soms: ‘Druk’, een gebrek aan tijd.
 
Op zondag 26 februari jl. las ik uit het evangelie naar Matteüs: ‘Maak je dus geen zorgen voor de dag van morgen, want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen last’ (H6, vers 34 NBV). Tijd is hier een sleutelwoord.
Een dag later kregen we in Engeland een schokkend bericht over mijn zwager. Zijn beide dochters kregen van hun werkgevers zo veel tijd als nodig was vanwege hun vader. Later kwam de vraag wie op tijd zou zijn om afscheid te kunnen nemen. We hebben de tijd gemeten tussen de verschillende ademhalingen. Er was en is tijd om gevoelens te delen en daarmee kracht en bemoediging krijgen. Er was de tijd van waardevolle ontmoetingen en de tijd van wachten op de overgang van tijd naar eeuwigheid.
In allerlei data en momenten zagen wij een symbolische betekenis, zoals de regenboog op zondagmiddag. Maar God haalde mijn zwager Thuis op Zijn tijd, zondag een week later.
 
We willen vaak zo graag zelf de tijd bepalen, zelf regelen, niet afhankelijk zijn. We weten het wel: ‘Vele laatsten zullen de eersten zijn’ en ‘Zij, die geloven, haasten niet’. We kennen de les van Jezus: ‘Maak je geen zorgen voor de dag van morgen’, maar toch …
Ik lees de tekst uit Matteüs als een oproep tot aandacht en concentratie op wat vandaag belangrijk is (mindfulness). Een oproep tot vertrouwen: als je doet wat vandaag moet, dan komt de rest morgen wel. Geen pleidooi voor oppervlakkigheid of een advies om niet te investeren in de toekomst, maar alles Zijn tijd geven.  
Prediker schrijft over de tijd: ‘Voor alles wat gebeurt is er een uur, een tijd voor alles wat er is onder de hemel’ (H3, vers 1). En ook: ‘God heeft alles wat er is een goede plaats in de tijd gegeven. Toch kan de mens het werk van God niet van begin tot eind doorgronden. Ik heb vastgesteld dat voor de mens niets goeds is weggelegd, behalve vrolijk te zijn en van het leven te genieten’ (H3, verzen 11 en 12). 
 
In de Veertigdagentijd, de tijd van inkeer, in tijden van rouw en verdriet en in tijden vol vreugde. Elke dag mogen we beginnen met een ‘Dank U voor deze nieuwe morgen’ en afsluiten met ‘De dag, door uwe gunst ontvangen’.  Met de hulp van God en van elkaar kunnen we van elke dag een goede tijd maken. Als we onze gevoelens delen. Als we ons open stellen voor de inspiratie van de heilige Geest, de Trooster. Als we denken aan het leven van Jezus en als we ons richten op God, de Vader.
Mogen wij in die geest toeleven naar Pasen.
 
Ds. Marjan Zebregs
 

terug