zo 8 mrt 2020  om 10:00 uur
Voorganger: ds. JM. Post uit Rijnsburg
Morgendienst



Welkom door lector of OvD

Zingen Psalm 25: 1

Stil Gebed, bemoediging en groet

Psalm 25: 2 en 3

Leefregel - Genesis 2: 15-3:9 (HSV)          
15De HEERE God nam de mens, en zette hem in de hof van ​Eden​ om die te bewerken en te onderhouden.
16En de HEERE God gebood de mens: Van alle bomen van de hof mag u vrij eten,
17maar van de boom van de kennis van goed en kwaad, daarvan mag u niet eten, want op de dag dat u daarvan eet, zult u zeker sterven.
18Ook zei de HEERE God: Het is niet goed dat de mens alleen is; Ik zal een hulp voor hem maken als iemand tegenover hem.
19De HEERE God vormde uit de aardbodem alle dieren van het veld en alle vogels in de lucht, en bracht die bij ​Adam om te zien hoe hij ze noemen zou; en zoals ​Adam​ elk levend wezen noemen zou, zo zou zijn naam zijn.
20Zo gaf ​Adam​ namen aan al het ​vee​ en aan de vogels in de lucht en aan alle dieren van het veld; maar voor de mens vond hij geen hulp als iemand tegenover hem.
21Toen liet de HEERE God een diepe slaap op ​Adam​ vallen, zodat hij in slaap viel; en Hij nam een van zijn ribben en sloot de plaats ervan toe met vlees.
22En de HEERE God bouwde de rib die Hij uit ​Adam​ genomen had, tot een vrouw en Hij bracht haar bij ​Adam.
23Toen zei ​Adam:
Deze is ditmaal
been van mijn beenderen,
en vlees van mijn vlees!
Deze zal mannin genoemd worden,
want uit de man
is zij genomen.
24Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten; en zij zullen tot één vlees zijn.
25En zij waren beiden naakt, ​Adam​ en zijn vrouw, maar zij schaamden zich niet.

….

31De slang nu was de listigste onder alle dieren van het veld, die de HEERE God gemaakt had; en hij zei tegen de vrouw: Is het echt zo dat God gezegd heeft: U mag niet eten van alle bomen in de hof?
2En de vrouw zei tegen de slang: Van de vrucht van de bomen in de hof mogen wij eten,
3maar van de vrucht van de boom die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd: U mag daarvan niet eten en hem niet aanraken, anders sterft u.
4Toen zei de slang tegen de vrouw: U zult zeker niet sterven.
5Maar God weet dat, op de dag dat u daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden en dat u als God zult zijn, goed en kwaad kennend.
6En de vrouw zag dat die boom goed was om ervan te eten en dat hij een lust was voor het oog, ja, een boom die begerenswaardig was om er verstandig door te worden; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en hij at ervan.
7Toen werden de ogen van beiden geopend en zij merkten dat zij naakt waren. Zij vlochten vijgenbladeren samen en maakten voor zichzelf schorten.
8En zij hoorden de stem van de HEERE God, Die in de hof wandelde, bij de wind in de namiddag. Toen verborgen ​Adam​ en zijn vrouw zich voor het aangezicht van de HEERE God te midden van de bomen in de hof.
9En de HEERE God riep ​Adam​ en zei tegen hem: Waar bent u?

Psalm 51: 1 en 5 Ontferm u God,

Gebed om de Heilige Geest

Kindermoment

Lezen 1 Petrus 3 18-22 (HSV)
18Want ook ​Christus​ heeft eenmaal voor de ​zonden​ geleden, Hij, Die ​rechtvaardig​ was, voor onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen. Hij is wel ter dood gebracht in het vlees, maar levend gemaakt door de Geest,
19door Wie Hij ook, toen Hij heenging, aan de geesten in de ​gevangenis​ gepredikt heeft,
20namelijk aan hen die voorheen ​ongehoorzaam​ waren, toen God in Zijn geduld nog eenmaal wachtte in de dagen van ​Noach, terwijl de ark gebouwd werd, waarin weinige – dat is acht – mensen behouden werden door het water heen.
21Het tegenbeeld daarvan, de doop, behoudt nu ook ons. Maar niet als een verwijderen van het vuil van het lichaam, maar als vraag aan God van een goed geweten, door de opstanding van ​Jezus​ ​Christus,
22Die aan de rechterhand van God is, opgevaren naar de hemel, terwijl de ​engelen, machten en krachten Hem onderworpen zijn.

Zingen Hemelhoog 458: 1, 2 Als ik maar weet / Nader tot U (ook: Johan de Heer)    

Lezen Marcus 1: 12-15 (HSV)
12En meteen dreef de Geest Hem uit, de woestijn in.
13En Hij was daar in de woestijn veertig dagen en werd verzocht door de ​satan; en Hij was bij de wilde dieren, en de ​engelen​ dienden Hem.
De roeping van de eerste discipelen
14En nadat Johannes overgeleverd was, ging ​Jezus​ naar Galilea en predikte het ​Evangelie​ van het ​Koninkrijk van God,
15en Hij zei: De tijd is vervuld en het ​Koninkrijk van God​ is nabijgekomen; bekeer u en geloof het ​Evangelie.

Zingen NLB 538: 1, 2 en 4  Een mens te zijn op aarde

Verkondiging

Zingen Hemelhoog 365 Welk een vriend is onze Jezus (ook ander bundels)

Dankzegging en voorbeden, stil gebed en Onze Vader (NBV versie)

Mededelingen door lector of OvD
Kinderen komen terug

Collecte

Zingen NLB 624: 1-3 Christus onze Heer verrees

Zegen, Afgesloten met ‘Amen, amen, amen’
 

terug